English Español Deutsch Française Русский Português

Thaise Taal

Thaise woorden Leer Thaise basis woorden en begin met het leren van Thais.

Thaise Woorden

Basis Woorden

hallo/goede morgen: sawasdee krup(mannelijk) kaa(vrouwelijk)
dag: la gon
dankjewel: kop koon (krup/kaa)

Dagen van de Week

Zondag: wan-ahtit
Maandag: wan-jaan
Dinsdag: wan-angkahn
Woensdag: wan-poot
Donderdag: wan-pa-reu-hut
Vrijdag: wan-sook
Zaterdag: wan-sow

Maanden

Januari: Mogarakom
Februari: Goopahpan
Maart: Meenakom
April: Maysayon
Mei: Prootsapahkom
Juni: Mitoonayon
Juli: Garagadahkom
Augustus: Singhakom
September: Ganyayon
Oktober: Dtoolahkom
November: Prootsajikayon
December: Tanwakom

Eten

vork: som
lepel: chorn
mes: meed
bord: jaan
glas: gaew nam
eetstokjes: dta-giab
schaal: chaam
kopje:tuay gaa-fae
pan: por
koelkast:dtoo yen

Kleuren

zwart: dam
blauw: nam ngern
bruin: nam dtan
groen: kiaw
grijs: tow
orange: som
roze: chom poo
paars: muang
rood: daeng
wit: kow
geel: lueang

familie

In het thais bestaat een woord voor familie aan de kant van de vader en aan de kant van de moeder. Het woord verteld je ook of ze ouder of jonger zijn dan je eigen ouders.

Vaders kant:
Opa:pu
Oma:ya
Oom (oudere broer van je vader):lung
Tante (oudere zus van je vader):pa
Vade:phor
Oom, tante (jongere broer of zus van vader):are

Moeders kant:
Opa: dta
Oma:yai
Uncle (oudere broer van moeder):lung
Tante (oudere zus van moeder):pa
Moeder:mae
Oom, tante (jongere broer of zus van moeder):na

man: sa-mee
vrouw: pan ra ya
zoon: luk chai
dochter: luk sao
Broer (ouder):pee chai
Broer (jonger):nong chai
Zus (ouder):pee sao
Zus (jonger):nong sao

Richtingen

links: sai
rechts: kwar
verr: glai
bushalte: tar rot may
toilet: hong nam
vliegveld: sa-nam bin
trein station: sa-tar-nee rot-pai
verdieping: chun
1e verdieping: chun neung